headerRotttevalle


DE COMPAGNIE DER VAARTEN EN HET VALLAAT TE ROTTEVALLE,
door Lippe Atsma
(Ït Slûske, jiergong 1, nû. 6)

De naam "Compagnons" is voor de meeste Rottevalster inwoners geen onbekende naam. De oudere inwoners zullen ongetwijfeld nog veel van hun ontstaan en hun vroegere bezigheden weten. Omdat het ontstaan van Rottevalle wel iets te maken heeft met het ontstaan van de Compagnons, lijkt het me wel interessant om aan de vraag van de redaktievan "It Slûske" te voldoen en te proberen hun geschiedenis van het begin tot op dit moment op schrift te zetten. Dit is al een keer gedaan door de heer B. Dijkstra uit Oudega (in 1968), zij het enigszins beknopt. Bovendien is dit boekje reeds lang uitverkocht en daardoor een reden te meer om er nog maar eens wat over te schrijven. Het is uiteraard geen kleinigheid, maar met behulp van de verslagboeken, koopakten en het Archief te Leeuwarden zal het wel lukken. Veel gegevens uit het boekje van B. Dijkstra zullen in dit verhaal terugkomen. Ook in het boek "Turf uit de Wouden" van S.J. van der Molen, zijn enkele bladzijden aan Rottevalle gewijd, terwijl wijlen J. Landman in 1963/64 een scriptie over de Compagnons heeft gemaakt, waaruit gegevens kunnen worden gebruikt, eventueel aangevuld met nieuwe pas ontdekte gegevens.

Het ontstaan van Rottevalle:
Over het begin van het ontstaan van Rottevalle en in welke tijd precies tasten we nog wat in het duister, althans voor wat betreft de bebouwing ten zuiden van de Lits. Omstreeks 1600 bestond hier waarschijnlijk reeds een kleine veenkolonie. Op een kaart, getekend in 1617 (Schotanus atlas) staat de Lits reeds vermeld als "de 01de Lets", terwijl aan de zuidzijde een kleine buurt met een "rog-molen" en een verlaat is getekend. De noordkant van de Lits was toen nog onbewoond. In het "Van Schwartzenbergs Charterboek" vinden we een geschreven akkoord tussen Tjaard Burmania en het Buweklooster over het graven van enkele wijken in het noordelijk veengebied op 26 juni 1529

-Accoord tusschen Tjaard Burmania, Ridder en Raad in den Hove van Vriesland en het Convent Buwenklooster nopens een stuk feen liggende in Achtkarspelen aan de Litze en Surhuyster Veenen- "Stucke feen gelegen in Achtkerspel, daer die van Gerckesclooster naest anliggen myt hoer fenen op de oosterzijde, ende Harman Quaeckebrugge mit zijnen fenen op de westerzijde gaende recht int zuyden op an de Letze, ende int noorden aen Suerhuyster fenen".

Tj. Burmania verplicht zich in dit "Copia Accoord",dat hij enkele wijken (floes) zal graven op eigen kosten, terwijl zij ook door anderen mogen worden gebruikt, Eén van die wijken mondt uit op de Lits:

"eenen sloes wt (uit) oft doer die Letze aen den feen, alsoe datter twee schuyten neffen den anderen
moegen vaeren, welke floot het voerz. Conuent (Con-
vent) sall mede moegen gebruycken ende faeren."

Tot zo ver het Charterboek, Welke wijken dit geweest kunnen zijn is moeilijk na te gaan. Eén ervan is zeer waarschijnlijk de vroegere Brouwersgracht door de Fintsjes aansluitend aan de Langewijk. Te meer, daar deze op vele oude kaarten alaanwezig is.
De buurt rond de Lits heet omstreeks 1620 al Rottevalle, in het Proclamatieboek van Achtkarspelen staat dat hier -twee roeden veen werden verkocht-
"gelegen in den ham beginnende van 't Sandt ende streckende aen de olde lets ofte rottefalle".

Of de naam "rottefalle" hier een bijnaam van de Lits is, of dat het gehucht toen inderdaad al Rottevalle heette, is niet bekend.
Een andere verklaring voor de naam Rottevalle wordt ook nog wel genoemd. Omstreeks 1500 leefde hier een rentmeester, generaal van Friesland, die Jan Rattaller heet. Deze bezat nogal wat eigendommen onder Opeinde. In hoofdzaak ten noorden en oosten van de eigendommen van de kerk van Opeinde. Zijn eigendommen zouden dus wel kunnen grenzen aan de zuidoever van de Lits. Op eerder genoemde kaart van Schotanus liggen in het verlengde van de "rogmolen" naar het westen een aantal huizen, welke streek "Hooghe Schuyre" wordt genoemd.
Bij het volgen van het verloop van de Lits is deze streek dezelfde, welke tegenwoordig "Hege Doar" wordt genoemd,
Eén van deze woningen werd bewoond door Jan Rattaller of Ratfaller. Door naamsverbastering zou best de naam Rottefalle kunnen zijn ontstaan. Jan Rattaller moet wel een belangrijk iemand zijn geweest. Het is dus niet ondenkbaar dat het gehucht naar hem is genoemd, nl. deze Jan Rattaller raakte in geldnood, zodat de vaart en het verlaat in verval geraakten. Wanneer nu een schip door de vaart en het verlaat moest en het kwam door de verwaarlozing vast te zitten, dan zei men, dat het schip in de val van Jan Rat zat. Of misschien van daar de naam Rottevalle????
Rottevalle blijkt in die tijd een uitbuurt van Opeinde te zijn. In vele koopakten staat geschreven bij ge- en verkochte stukken veen en grond: "te rottefalle onder den clockslach van Oppeinde."
Voor de hervorming in 1530 behoorden de venen ten noorden van de Lits grotendeels aan Buweklooster en Gerkesklooster, dus kloosterbezittingen. Na 1580 zijn deze bezittingen vervallen aan het "Lantschap" (Provincie Friesland).
In 1613 en 1617 heeft de Provincie de venen laten opmeten, waarvan nog een gerestaureerde kaart in het bezit is van de Compagnons.
Omstreeks 1635 zijn deze venen in percelen verkocht aan verveners en hiermee begint dan de geschiedenis van de Compagnons.


Agenda

Datum: zondag 04 nov 2018
Tijd: 15:00 - 17:00 uur
Piet Kok en Roelof Reineman
Datum: zondag 18 nov 2018
Tijd: 15:00 - 17:00 uur
Cohda Blokfluitkwartet
Datum: vrijdag 23 nov 2018
Tijd: 20:00 - uur
Culturele Commissie Rottevalle
Datum: zondag 09 dec 2018
Tijd: 15:00 - 17:00 uur
Vocaal Ensemble Cantando
Datum: vrijdag 14 dec 2018
Tijd: 20:00 - uur
Culturele Commissie Rottevalle
Datum: zondag 20 jan 2019
Tijd: 15:00 - 17:00 uur
Vocaal Ensemble Koarbizznizz
Datum: vrijdag 01 feb 2019
Tijd: 20:00 - uur
Culturele Commissie Rottevalle
Datum: zondag 10 feb 2019
Tijd: 15:00 - 17:00 uur
Het Saxofoonorkest o.l.v. Karl Veen

Uit de albums

Wez Handich ton...

Zoeken